Op de provinciale conferentie over de Regionale Actieprogramma’s Noord-Holland Noord (27 oktober, Grote Kerk Alkmaar) klonken vele stemmen. De belangrijkste in een notendop.
1. Geen ‘rigide lijstjes’ maar ‘ambachtelijk handelen’ richting markt
Met name vanuit de corporaties, sterk onderschreven overigens door projectontwikkelaars, klonk de roep om vooral niet rigide om te gaan met de genoemde aantallen. Pierre Sponselee van Woonwaard verwoordde het aldus: “Het verschilt per buurt, per straat, wat nodig is. Dus je moet geen programma maken omdat ‘in deze stad nog zoveel woningen van dit of dat type nodig zouden zijn’, nee, je moet heel goed kijken naar die specifieke plek: wie wonen hier al, wie willen hier komen wonen, en welke eisen stellen zij aan hun woning? Zo moeten we kleinschalig en ambachtelijk kijken naar de markt. De tijd van grote aantallen zomaar ergens kunnen neerzetten, is echt voorbij.”
2. Woningbouwregisseur op (boven) regionaal niveau
Vanuit de corporaties kwam ook het voorstel om een regionale woningbouwregisseur aan te stellen. Doel: zorgen voor het nodige duw- en trekwerk om te borgen dat ontwikkelaars hun projecten echt vraaggericht kunnen insteken, en als een soort Haarlemmerolie door de regionale woningmarkt te kunnen bewegen. (Kenners van het Noordhollandse weten dat het hier niet zozeer gaat om de functie, als wel om de persoon die men hiervoor op het oog heeft.)
3. Veel meters gemaakt met ‘doorfaseren en projectbijstellingen’
Companen stelde met gemeenten en ontwikkelende partijen voor de regio’s Kop van Noord-Holland en Alkmaar het actieprogramma op voor een realistische woningbouw¬programmering op regionaal niveau. In gezamenlijkheid faseerden partijen plannen ver door, of boekten zelfs af. Een enorme inspanning, die niet alleen leidde tot bijgestelde programma’s maar ook tot veel saamhorigheid en blijvende samenwerking.
Gedeputeerde Geldhof roemde de inzet van betrokkenen en ook het instrument Faseren & Doseren, de aanpak die Companen heeft ontwikkeld als antwoord op de overprogrammering in de woningbouw.
4. Genuanceerd omgaan met bouwen buiten BBG
Veel gemeenten en ontwikkelaars ervaren een strakke houding van de provincie ten aanzien van het ‘bouwen buiten BBG’. Daarvoor is zeker begrip waar het grote uitleglocaties betreft, maar het probleem zit ‘m in: “ … gewoon die drie woningen in een kleine kern, die feitelijk de bestaande bebouwing afhechten, maar worden tegengehouden omdat ze formeel ‘buiten BBG’ vallen. En dan moeten wij als gemeente ook nog eens twee gedeputeerden zien te overtuigen van nut & noodzaak, omdat de provincie expliciet weigert een integrale afweging te maken voor ontheffing.” Aldus een toch wat gefrustreerde wethouder.
