Nog niet zo lang geleden gingen beleidsmakers uit van een meer of minder positieve inkomensontwikkeling. Daarvan kon je afleiden dat de sociale huurvoorraad op termijn best flink kon worden ingekrompen. Maar dat is zeker sinds 2010 veranderd. Het reële inkomen is toen niet meer gestegen en het Nibud heeft vorige week berekend dat onze inkomens dit jaar zelfs met 1% à 2% achteruitgaan. Als dit onverhoopt de komende jaren zou aanhouden, kun je uitrekenen dat de doelgroep van de corporaties nog flink zal groeien. En dat diezelfde corporaties voor een flinke opgave komen te staan: een vrij forse uitbreiding van hun bezit of ruimte maken binnen hun bestaande voorraad. In principe zit in dat bestaande bezit natuurlijk heel veel ruimte, als je naar het scheefwonen kijkt. Dat is echter een vraagstuk probleem dat niet geïsoleerd op lokaal niveau is op te lossen. Daarvoor is een vrij radicale hervorming van de gehele woningmarkt noodzakelijk. Door het vooralsnog ontbreken daarvan wordt vooral door gemeenten van corporaties gevraagd forse sociale toevoegingen te realiseren en dus veel meer onrendabele investeringen te doen dan gelet op de omvang van de primaire doelgroep eigenlijk nodig zou zijn. En dat terwijl er door het stagneren van de doorstroming toch al veel minder bestaande sociale huurwoningen beschikbaar komen. Bij diverse corporaties hoor je dat de sociale huurvoorraad eigenlijk wel groot genoeg is, maar dat een efficiënte benutting daarvan de aanpak van de gehele woningmarkt vraagt, zodat de objectsubsidies ook terecht komen bij degenen die dat ook echt nodig hebben.
maandag, 23 januari 2012 10:33
