De huurprijs- en inkomensgrenzen zijn weer vastgesteld. De oude grens van € 33.614 komt per 1 januari op € 34.085 te liggen. De huurprijsgrens stijgt naar € 664,66 (was € 652,52). Zeggen deze grenzen ook iets over de betaalbaarheid van huurwoningen? Daar gaat het in de sociale huisvesting toch om! Wij analyseerden Nibud-bestedingsplaatjes, en daaruit blijkt een confronterend beeld van betaalbaarheid te ontstaan.
Betaalbaarheid is een moeilijk te definiëren begrip, want sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie. Wij hebben gekeken naar huurders met een inkomen van € 34.085 en € 43.000. Wat blijkt: vooral voor gezinnen met kinderen zijn huurwoningen onbetaalbaar. 65-plussers hebben de meeste bestedingsruimte.
Tabel: Reële betaalbare huurprijs voor de inkomensklasse
€ 34.085 - € 43.000 naar huishoudenstype
| Huishoudenstype | € 34.085 | € 43.000 | Inkomensniveau waar € 665 ‘betaalbaar’ is |
| 1 pers 23-65 jaar | € 630 | € 820 | € 36.000 |
| 1 pers 65+ jaar | € 735 | € 970 | € 30.800 |
| 2 pers 23-65 jaar | € 540 | € 670 | € 42.000 |
| 2 pers 65+ jaar | € 685 | € 910 | € 33.100 |
| 2 pers 23-65 jaar + 2 kinderen | € 530 | € 630 | € 45.400 |
Toelichting op de tabel:
- Over het algemeen kunnen 65-plussers, meer besteden aan huur dan huishoudens jonger dan 65 jaar.
- Gezinnen met kinderen met een inkomen van € 43.000 kunnen maximaal € 630 per maand uitgeven aan huur; dus onder de sociale huurprijsgrens. Tweepersoonshuishoudens zonder kinderen zitten met € 670 hier net boven.
- Middeninkomens tot 65 jaar, in het bijzonder gezinnen met kinderen, hebben het meest last van de 90%-toewijzingsnorm. Zij mogen niet sociaal huren, terwijl duurdere huur ‘onbetaalbaar’ is.
