|
Nieuwe Wet ruimtelijke ordening geeft gemeentelijk woonbeleid meer zeggingskracht
Met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten nieuwe kansen om sturing van hun woonbeleid handen en voeten te geven. Onder meer door de woonvisie als structuurvisie te ontwikkelen. Maar, dit stelt wel (juridische) eisen aan de woonvisie. En vraagt dus om een weloverwogen keuze. Companen ondersteunt bij het maken van deze keuze.
Waarde voor het woonbeleid De belangrijkste waarde van de Wro voor het woonbeleid zit in de Grondexploitatiewet, als onderdeel van de Wro afdeling 6.4. Dit deel bepaalt dat de gemeente in bestemmingsplannen locatie-eisen kan opnemen over het percentage sociale woningbouw en vrije kavels. Daarnaast biedt de wet mogelijkheden om kosten te verhalen (verevenen) bij locatieontwikkeling. De gemeente kan dit echter alleen doen op basis van een goed onderbouwde structuurvisie. Daarom wordt de woonvisie (soms) als structuurvisie ingezet.
Accent op woningbouw De woonvisie komt hiermee wel in een ander daglicht te staan. Het accent komt sterk op woningbouw te liggen. En op de juridische kaders. Ook zal de gemeente meer autonoom haar plannen uitwerken (omdat de belangen groter worden) en verschuift het overleg met maatschappelijke partners naar de tweede rang. Dit kan de uitvoeringspraktijk en lokale verhoudingen opschudden óf onder druk zetten.
De kansen Deze ontwikkeling kan goed zijn omdat gemeentelijke ambities steeds concreter worden. Ook ontstaan verbindingen tussen de ruimtelijke, financiële en volkshuisvestelijke factoren bij het ontwikkelen van locaties. De structuurvisie geeft hiermee zicht op de vraag op welke manier de gemeente dit beleid realiseert. Dit betekent dat de structuurvisie, naast een programma voor de beoogde woningen, ook een antwoord moet geven op vragen als:
- welke rol wil de gemeente spelen bij de uitvoering van beleid: actief of passief (overlaten aan de markt)?
- zijn ambities economisch uitvoerbaar?
- wil de gemeente sturen op sociaal en particulier opdrachtgeverschap vanuit de structuurvisie wonen? Kan dat ook financieel; bijvoorbeeld door verevening of bijdragen in ruimtelijke ontwikkelingen?
- wil de gemeente voorkeursrecht vestigen op basis van de structuurvisie wonen?
- wat is de betekenis van de structuurvisie bij de uitvoering van het beleid in bestemmingsplannen en/of projectbesluiten?
De risico’s Toch heeft de nieuwe Wro ook enkele belangrijke risico’s, die gemeenten onder ogen moeten zien. Door te kiezen voor de woonvisie als Wro-structuurvisie komt de focus sterk te liggen op nieuwbouw en planontwikkeling. Wonen is meer dan dat. Door de juridisering van het woonbeleid komen verhoudingen ook meer langs juridische scheidslijnen te liggen. Het zijn meer de regels die bepalend worden dan de samenwerking. De winst die de afgelopen jaren bij de ontwikkeling van woonbeleid is gemaakt door meer aandacht voor samenwerkingsprocessen, dreigt hiermee verloren te gaan. Een ander risico is dat exploitatie en ruimtelijke ontwikkeling zo dominant worden, dat juist de volkshuisvestelijke randvoorwaarden het onderspit delven bij nieuw beleid.
Volgende pagina
|