Naar aanleiding van de reacties op een eerdere publicatie van Companen over de doorstromende senior, nodigden we eerder deze maand een aantal bestuurders, beleidsadviseurs en andere professionals op dit thema aan tafel. Jan van Deursen (Woonforte) trapte dit rondetafelgesprek af met een toelichting op het programma Passend (t)huis. In dit programma wijst Woonforte woningen met voorrang toe aan verschillende groepen woningzoekenden.  

Uit de levendige discussie die volgde trokken wij de volgende conclusies: 

1. Doorstroming heeft effect

Uit analyse concludeert Woonforte dat zelfs de verhuisstap van een kleine groep ouderen impact heeft. Wanneer deze mensen passender bij hun situatie wonen, is dat volgens Woonforte niet alleen vanuit volkshuisvestelijk oogpunt effectief. Het heeft ook een financieel voordeel. Door toename van het aantal mutaties vergroot deze corporatie haar investeringsruimte. Een aantal corporaties is nog sceptisch. Het risico bestaat immers dat doorstroming zo meer doel dan instrument wordt. Bovendien kosten stimulerende maatregelen vaak geld.

2. Doe wat in de situatie past

Eén van de manieren om ouderen tot verhuizen te verleiden is de inzet van financiële prikkels. Bijvoorbeeld tijdelijke korting op de huur, huurbehoud, of vergoeding van verhuiskosten. De praktijk laat echter zien dat de stijging in totale woonlasten bij doorstroming vaak beperkt is. De huurtoeslag dekt dikwijls een deel van de hogere huurprijs en de energielasten zijn vaak lager.  

Dan rijst de vraag of ouderen de verhuisstap niet sowieso willen maken; ook wanneer ze níet financieel in de watten worden gelegd. De ervaring van sommige corporaties is dat doorstroming juist sterk verbetert door voorrang te geven op een ruimer aanbod aan vrijkomende woningen. Belangrijk is dan wel dat je bepaalt hoeveel keuzevrijheid je wilt bieden op het vrijkomende aanbod waarop je voorrang mogelijk maakt. 

3. Starters en doorstromers zijn geen concurrenten

In theorie wordt de verhuisketen verlengd door voorrang te geven aan doorstromers. Hoe langer je de doorstroomtrein maakt, hoe meer woningzoekenden ermee geholpen worden. Toch voelt het voor starters alsof zij geen enkele kans maken op de woningmarkt. Individueel merken zij meestal weinig van de voorrang die bijvoorbeeld ouderen krijgen. Zeker niet wanneer vrijkomende woningen vooral naar (herstructurerings)urgenten, statushouders, en dan ook nog doorstromers gaan. Wees echter niet te bang doorstromers een streepje voor te geven; uiteindelijk komen ook starters wel aan bod. Let wel op: dit principe werkt alleen als je ook voldoende woningen toevoegt. Anders ben je slechts bezig met herverdeling van hetzelfde schaarse product.

4. Zet seniorencoaches breed in

Ook seniorencoaches spelen een belangrijke rol in het bieden van maatwerk. Hun doel is niet ouderen te laten verhuizen, maar hen passend te laten wonen. Ze denken mee over wat voor ouderen – in hun omstandigheden – een passende situatie is, informeren hen over de mogelijkheden om langer zelfstandig thuis te wonen, en wijzen hen op geschikte woningen. Dit kan betekenen dat er helemaal niet wordt verhuisd. Gebeurt dat toch, dan is doorstroom een mooi neveneffect. 

Doorpraten over doorstroming?

Zowel ‘believers’ als sceptici zoeken een duidelijke strategie, een eerlijk afwegingskader en de juiste inzet van maatwerk. De opbrengst van het rondetafelgesprek zat dan ook vooral in ruimte voor de nuances en begrip voor elkaars standpunten. In een enkel geval gaf het aanleiding de eigen visie op doorstroming nog eens tegen het licht te houden.

Wil jij ook eens doorpraten over een effectieve strategie om doorstroming te stimuleren? Of wil je jouw ervaringen hiermee delen?  Neem dan contact op met Jeroen Wissink of Ronald Camstra

20 februari 2026

Delen: