Een structurele groep huurders zit in de knel

De betaalbaarheid van het wonen staat al enkele jaren hoog op de maatschappelijke agenda. In de afgelopen jaren zijn dan ook verschillende stappen gezet om dit te verbeteren. Het gematigde huurbeleid van woningcorporaties, invoering van het passend toewijzen en wijzigingen in het toeslagenstelsel hebben ervoor gezorgd dat voor een deel van de huurders de woonlasten beter in verhouding staan tot hun inkomen. Desondanks blijft er structureel een grote groep huurders over die elke maand moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.

Onvoorspelbare ontwikkelingen vergroten de zorgen

Sinds de uitbraak van de Coronacrisis maken huishoudens zich meer zorgen over hun financiën dan in de periode daarvoor. Deze zorgen worden vergroot door de recente ontwikkeling van de gasprijzen. Mensen met een variabel of aflopend energiecontract zijn maandelijks tientallen euro’s meer kwijt om hun huis te verwarmen. Deze ontwikkelingen doen zich plotseling voor; je ziet het niet aankomen en kunt je er daarom nauwelijks op voorbereiden. Zeker voor mensen met een laag inkomen leidt dit tot een toename van stress en geldzorgen.

Aandacht voor gevoel en beleving huurder

In veel woonlasten- en betaalbaarheidsonderzoeken wordt aandacht besteed aan het in beeld brengen van de omvang en de kenmerken van de groep die in de knel zit. Dit zijn belangrijke en nuttige inzichten om beleidsmatig te kunnen handelen. Maar in onze optiek is het minstens zo belangrijk om het gevoel en de beleving van de huurder mee te nemen. Welke stress ervaart de huurder om rond te kunnen komen, welke financiële keuzes maken zij? En hoe kun je mensen hier op een goede manier bij ondersteunen? Wij doen dit door in gesprek te gaan met de huurder om erachter te komen wat er speelt.

Meer weten over dit thema? Neem dan contact op met Mattijs Letteboer of Jeroen Wissink.

21 december 2021