Hoe zag je eerste maand eruit?
Best afwisselend! Natuurlijk betekent een nieuwe baan altijd dat je kennis maakt met nieuwe collega’s, dat je je de werkwijze van de organisatie eigen moet maken en je moet inlezen. Maar ik heb ook al direct een aantal concrete opdrachten. Zo begeleid ik de prestatieafspraken in de gemeente Geldrop-Mierlo, de partijen daar willen hun afspraken bondiger en scherper formuleren en hadden daarbij behoefte aan een onafhankelijke procesbegeleider. En samen met een collega maak ik een analyse op het gebied van wonen & zorg voor de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. In Ridderkerk koppelen we daar een woonzorgvisie aan vast, waarbij we in gesprek met stakeholders de visie direct omzetten in afspraken en een actie-agenda. Ook mocht ik me deze maand bezighouden met de leefbaarheid in de Achterhoek, de transformatie van vakantieparken op de Veluwe en regionale samenwerking in West-Friesland. Ik krijg zo een fijne brede doorsnee te zien van de diversiteit aan projecten die Companen doet.

Dus je bent een beetje in het diepe geworpen?
Op mijn tweede dag reed ik meteen naar Brabant voor een projectoverleg met m’n eerste opdrachtgever. Dus dat ging wel snel inderdaad. Maar het voelde niet als in het diepe gegooid worden, op deze manier zit je er ook het snelst in. Ik kan steunen op ervaringen van collega’s van Companen die soortgelijke opdrachten hebben gedaan in andere gemeenten. En ik heb zelf lang bij woningcorporaties gewerkt, dus prestatieafspraken en wonen & zorg zijn inhoudelijk geen onbekend terrein. Alleen mijn rol is nu anders. Dat is een leuke nieuwe uitdaging!

Kun je iets over je loopbaan vertellen?
Na mijn studie sociale geografie werkte ik een aantal jaren bij Aedes en diens rechtsvoorganger Nationale Woningraad. Het werk toen leek wel wat op de rol bij Companen nu: onderzoek doen en adviseren over woonbeleid en strategie. In 2002 ben ik overgestapt naar de corporatiewereld, ik was programmamanager bij Vestia, gebiedsmanager bij Mitros, directeur wonen & vastgoed bij Pré Wonen en directeur-bestuurder bij Woningstichting Barneveld. Naast mijn werk was ik 11 jaar gemeenteraadslid in mijn woonplaats Zeist. Vanuit die laatste rol ken ik ook de gemeentelijke besluitvormingsprocessen goed. Na bijna 20 jaar keer ik nu bij Companen terug naar de rol van adviseur, maar dan met een veel grotere praktijkervaring. Het voelt als thuiskomen.

Waarom heb je die keuze gemaakt om terug te keren naar het adviesvak?
Het afgelopen voorjaar heb ik, eigenlijk noodgedwongen, veel nagedacht. Ik had namelijk in mijn nevenfunctie als raadslid een stomme fout gemaakt door onder een alias columns te publiceren en discussies aan te gaan. Dat had ik niet moeten doen. Toen dit aan het licht kwam trok het veel media-aandacht, waardoor het ook op mijn werk in Barneveld afstraalde. Ik heb toen in overleg met de Raad van Commissarissen afgesproken dat ik daar zou stoppen. Dat kwam hard aan. Maar het was voor mij het moment om ook eens goed na te denken over mijn loopbaan en waar ik de meeste energie krijg. Uit deze verkenning kwam duidelijk naar voren dat ik de inhoud het leukst vind, werk dat me uitdaagt tot nadenken, strategische vraagstukken, complexe puzzels.

Verraste je dat?
“Je ziet het pas als je het doorhebt”, zei ooit een bekende filosoof uit de Watergraafsmeer. Nee, verrassend is het eigenlijk niet. Als ik terugkijk naar mijn verschillende functies, dan zocht ik in alle rollen ook steeds de inhoudelijke projecten op. Bij Mitros trok ik bijvoorbeeld de implementatie van het assetmanagement in de organisatie, en bij Pré Wonen gaf ik mede vorm aan de herijking van het verkoopbeleid, het huurbeleid en de portefeuillestrategie. Bij Woningstichting Barneveld moest de wensportefeuille worden geactualiseerd en worstelde de organisatie met het maken van keuzes in de strategie rond zorgvastgoed. Ik vond het altijd al boeiend om over dit soort vraagstukken na te denken, en bij Companen kan ik dat nu fulltime gaan doen. Als adviseur, maar ook in de rol van procesbegeleider, om partijen nader tot elkaar te brengen en te helpen hun samenwerking te versterken.

Welke thema’s gaan de komende jaren meer accent krijgen, volgens jou?
We zitten op een interessant schakelpunt in de tijd. De landelijke politiek lijkt nu eindelijk echt een knoop door te gaan hakken over de afschaffing of in ieder geval vermindering van de verhuurderheffing. Dat betekent dat alle corporaties hun huiswerk opnieuw moeten gaan doen: wat betekent dit voor de investeringscapaciteit, voor de keuzes die je maakt in je ondernemingsplan? Hoe verschuift het evenwicht in je balans tussen investeren in beschikbaarheid, in betaalbaarheid en in verduurzaming?
Daarnaast zie ik veel corporaties worstelen met de buitengrenzen van hun beleid. Welke rol wil je spelen in het niet-daebsegment nu de wettelijke kaders ruimer worden? Hoe wil je samenwerken met zorgpartijen waar het gaat om niet-zelfstandige woonvormen? Hoe geef je je regionale samenwerking meer vorm en body?
En ook gemeenten staan voor een boeiende tijd. De afgelopen jaren zijn veel gemeenten zich meer faciliterend op gaan stellen: dien maar een goed plan in en dan toetsen we dat als gemeente wel. Maar de roep om regie wordt steeds sterker, er wordt weer meer van de gemeente verwacht. Hoe ga je dat vorm geven? En daar komen de gemeenteraadsverkiezingen nog bij, in maart 2022, die gaan zorgen voor nieuwe colleges, nieuwe ambities, nieuwe thema’s om op te pakken.

En jij denkt graag mee?
Zeker. Bel mij (06-15855812) of mail mij () voor een afspraak, dan kunnen we met een kop koffie eens verder nadenken voor welk vraagstuk jouw organisatie staat en hoe je dat het beste aan kunt pakken.

6 oktober 2021